Postoperatieve therapieën

Afhankelijk van de mate waarin de kankercellen de lymfeklieren hebben bereikt, kan de operatie worden nabehandeld door aanvullende therapieën zoals radiotherapie (bestraling) en/of chemotherapie.

Radiotherapie en kobalttherapie

Radiotherapie roeit kankercellen uit met de vernietigende en veranderende werking van röntgenstralen. De röntgenstralen behandelen het gebied van de tumor met doelgerichte en goed afgemeten straling. Zo'n behandeling duurt over het algemeen enkele weken. De kankercellen worden erdoor beschadigd en vervolgens vernietigd. Bij de bestralingen wordt een reeks sessies met een variabele tijdsduur afgewerkt. Radiotherapie vindt normaal gezien plaats na een chirurgische ingreep.

Kobalttherapie maakt gebruik van een apparaat waarmee gammastralen uit radioactief kobalt op de tumor worden gericht. Beide therapieën kunnen irritaties veroorzaken aan de huid en de problemen met de armen erger maken. Bij de meest recente technieken staat een kernfysicus de radioloog terzijde en zijn deze bewerkingen aardig verkleind, terwijl het effect van de behandeling is toegenomen. Ook voor vrouwen die een snelle reconstructie van de borst hebben gekregen met een prothese zijn deze behandelingen geschikt.

Chemotherapie

Als alternatief voor radiotherapie kan chemotherapie toegepast worden, het kan ook als aanvulling gebruikt worden. Het kan ook voorkomen dat eerst voor chemotherapie wordt gekozen omdat de tumor gevoeliger is voor chemotherapie dan voor radiotherapie waardoor men dan een beter resultaat kan bereiken. Het bestaat uit één of twee keer per maand injecteren van een mix van anti-kanker medicijnen, die de vorming van nieuwe kankercellen zullen tegengaan. Deze medicijnen veroorzaakten in het verleden verschillende ernstige bijwerkingen zoals hevige misselijkheid, haaruitval, afname van witte bloedlichaampjes met alle daaruit voortvloeiende klachten zoals infecties, energieverlies enz... Ook nu hebben veel patiënten nog last van deze bijwerkingen maar het komt in mindere mate voor door het gebruik van meer verfijnde formules en door ondersteunende medicatie die de bijwerkingen tegengaat. Chemotherapie vermindert de terugkeer van borstkanker en de sterftekans met 20%. Bij vrouwen met 50% kans op terugkeer wordt dit risico door chemotherapie verkleind tot 40% kans, bij vrouwen met 10% kans op hervallen wordt dit 8%. Hoewel chemotherapie giftig is, toont het toch wel aantoonbaar zijn nut.

Hormoontherapie

Om de genezing van borstkanker te vergroten kan men ook hormoontherapie toepassen. De hormonen zullen de tumor verhinderen om oestrogenen op te nemen om te kunnen groeien, en ook wordt de productie van oestrogenen door het lichaam geremd. Het eerste effect wordt bereikt door medicijnen afkomstig uit de groep van zogenaamde anti-oestrogenen. Het tweede effect wordt bereikt door aromataseremmers. Het belangrijkste anti-oestrogeen is tamxifen, als aromataseremmer wordt meestal anastrozol of letrozol gebruikt. Er wordt nog veel onderzoek gedaan naar deze twee stoffen. Ook progestogenen worden gebruikt en stoffen die vergelijkbaar zijn met LHRH (luteïniserens hormoon 'releasing' hormoon).

Immunotherapie

Immunotherapie is een methode die gebruik maakt van natuurlijke of kunstmatige stoffen die de natuurlijke afweer van de patiënte tegen de tumor stimuleren door deze afweer te versterken en te manipuleren. 

Controles na de therapieën

Wanneer de therapie is afgelopen is het noodzakelijk dat de vrouw een aantal jaren onder controle van haar artsen blijft staan. Regelmatig medisch onderzoek en laboratoriumonderzoek zal uitgevoerd moeten worden. Deze procedure kan angst losmaken bij de patiënte, vooral vlak voor een controle, toch zijn deze controles wel van essentieel belang. Het onderzoek naar nieuwe therapieën die het risico op terugkeer van de kanker moeten verkleinen gaat verder, waardoor de kans op genezing van borstkanker steeds zal toenemen.